Nieuws

Nieuws van Parnassia

01 oktober 2021

1606723727268.jpg

Cliënten met een verstandelijke beperking en psychiatrische klachten vallen soms tussen wal en schip. Wordt bepaald afwijkend gedrag van een cliënt veroorzaakt door de verstandelijke beperking of is iemand bijvoorbeeld depressief? Om dit soort vragen voor zowel de gehandicaptenzorg als de GGZ te tackelen heeft Klinisch Centrum Nootdorp vanaf 1 oktober een nieuwe observatieafdeling in het leven geroepen. 

We merkten vanuit beide kanten dat er een vraag was”, zegt Petra Sol, Adviseur Zorgbemiddeling, Klinisch Centrum Nootdorp. “De GGZ zegt, we vermoeden dat de cliënt een verstandelijke beperking heeft dus we snappen niet zo goed waar we qua ggz-problematiek tegenaan kijken? Iemand kan vanuit zijn verstandelijke beperking bijvoorbeeld heel star reageren. In de psychiatrie wordt dit misschien uitgelegd als autisme. Terwijl wij zeggen, dat is iemand die de wereld gewoon niet begrijpt of in zijn eigen wereldje leeft. Vanuit de gehandicaptenzorg is het eigenlijk andersom. Zij zien iemand met een verstandelijke beperking die moeilijk gedrag vertoond en twijfelen dan of dat gedrag hoort bij de verstandelijke beperking of dat er een psychiatrische stoornis is?"

Observatie moet zorgen voor continuïteit van zorg en herstel

De observatieafdeling van Klinisch Centrum Nootdorp moet antwoorden gaan geven op die vragen. Petra: “Door cliënten gedurende 6 weken te observeren, organiseren we een gedegen advies en traject voor herstel. We zien namelijk dat de onduidelijkheden rondom het zorgtraject van LVB-cliënten met psychische klachten, het herstel en het realiseren van een passend toekomstperspectief voor cliënten bemoeilijken. Daarnaast maken patiënten te veel interne verhuizingen door, omdat de behandelbehoefte vooraf soms moeilijk in te schatten is. Dit gaat ten koste van de continuïteit van zorg en herstel van de patiënt.”

Wat is de observatievraag?

Op de observatieafdeling zijn alle inspannen erop gericht om het probleem(gedrag) te verklaren en een advies voor vervolg te geven. Aanmelders wordt gevraagd om specifieke hypotheses/observatievragen vooraf aan te leveren. Het observatieteam legt deze vragen dan vast in het behandelplan tijdens het opnamegesprek. “Stel we hebben het vermoeden dat iemand een psychose heeft maar we weten het niet zeker, dan gaan we zes weken lang de psychose observeren en rapporteren”, vervolgt Petra. “Op het moment dat het niet zeker is of er verstandelijke beperking is, dan kan dat ook de observatievraag zijn. Zo zijn er meerdere stoornissen helemaal uitgewerkt met een stappenplan van zes weken: Wat doen we? Wat zien we? Waar gaan we de komende weken mee bezig zijn?”

De omgeving wordt nauw betrokken bij de observatie

Het systeem (familie, hulpverleners) wordt nauw betrokken bij de observatie. “Bij de evaluatie halverwege nodigen we alle betrokkenen uit”, zegt Petra. “Veel van onze patiënten wonen ook al in een woonvoorziening binnen de gehandicaptenzorg of GGZ. We houden die hulpverleners ook betrokken, zodat ze handvatten hebben en weten wat ze moeten doen als de cliënt terugkomt na zes weken. Aan het einde van de opname vindt er een warme overdracht plaats binnen of buiten KCN. Zo is nazorg na opname op indicatie mogelijk. Want als we na de observatie zien dat iemand nog langdurig behandeling nodig zou hebben en er is plek in de kliniek dan kan iemand doorschuiven.”

Heb je vragen over de observatieafdeling van KCN, neem contact op met Klinisch Centrum Nootdorp - Parnassia.