Nieuws

Nieuws van Parnassia

30 mei 2022

carmen+200x00.png

Carmen (21) liep een jaar stage als niveau 3 verzorgende op de afdeling Atalanta van Dorestad, het psychiatrisch verpleeghuis van Parnassia. Dit is een revalidatieafdeling waar mensen met psychische klachten behandeld worden.

“Ik vind het een hele goede leerplek”, is het eerste wat Carmen zegt over Atalanta. “De eerste dag vond ik heel spannend. Gaat het wel goed en ben ik enthousiast? Kom ik er sterker uit of klap ik helemaal in elkaar en word ik bang van het gedrag van de mensen? Uiteindelijk ben ik nu echt op mijn plek en leer ik veel: van met mensen omgaan tot verpleegtechnische handelingen.”

Wonen en revalideren 

Atalanta is een afdeling waar mensen verplegend verzorgd worden. Het is een grote afdeling met ongeveer 45 cliënten, met veel verschillende psychiatrische ziektebeelden; van bipolaire stoornissen tot depressie. Er zijn twee gedeeltes: een deel waar de mensen wonen en een deel waar mensen komen revalideren. Het is de enige afdeling binnen Dorestad die op deze manier werkt. Carmen: “Het verschil met een normale revalidatie-afdeling is dat op een ‘normale’ revalidatie-afdeling mensen komen die lichamelijk iets is overkomen en daarvan moeten herstellen. Bij ons komen dezelfde mensen, maar die ook psychisch iets mankeren.”

“Het leukste aan het werken op de afdeling is de combinatie van disciplines”, zegt Carmen.

Langdurige woonafdeling

”Het voordeel van de langdurige woonafdeling is dat je samen doelen kunt stellen”, vervolgt Carmen. “Hier zit geen haast achter, omdat zij er wonen. Er zijn bijvoorbeeld cliënten die langdurig hebben gerookt en willen stoppen, omdat ze benauwdheid ervaren. Het  doel kan dan zijn om te stoppen. Iemand met een bipolaire stoornis kan in een depressieve periode zitten en zich steeds afhankelijker opstellen. Dan kan bijvoorbeeld het doel zijn  om de dingen die hij zelf kan doen ook zelf te laten doen.”

Samenwerken

“De afdeling heeft alle disciplines in huis en je werkt hecht samen met elkaar. Een combinatie van verpleging, artsen, fysiotherapeuten, psychiaters en psychologen. Je kunt van iedereen super goed leren. We werken in een groot team, dus veel verschillende ervaringen en tips.”
Carmen vervolgt: “Wat ook heel fijn is, is dat iedereen je serieus neemt. Al praat ik met een arts, ze vragen ook aan mij hoe ik dingen doe. Iedere dag kom ik wel iets tegen waarvan ik denk; dat is nieuw. Goed om te weten.”

Een dag op de afdeling 

Over een dag op de afdeling zegt ze: “Je weet nooit van tevoren waar je ingedeeld staat, dat zie je pas als je aankomt. Een werkdag is van 07:30 tot 16:00 uur. Je begint altijd met de overdracht. Met je team je wat er in de agenda staat, ziekenhuisafspraken bijvoorbeeld, en dan ga je de taken verdelen. Vervolgens help je cliënten met wassen en aankleden. Om 10:00 uur hebben we koffiepauze, soms sluit je dan aan bij de overdracht met de specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialist en psychiaters. Dan kun je aangeven als er iets is met bepaalde cliënten. Na de koffiepauze ga je verder met de werkzaamheden, help je de cliënten die later wakker zijn en maak je de bedden op en maak je schoon. Na de lunch rapporteer je alles van de dag. Rond 14:30 komt de avonddienst.”

De eerste contactpersoon

Familie en naasten mogen op de afdeling tussen 13:30 en 17:00 uur langskomen. “Niet iedereen heeft familie of naasten, veel cliënten hebben een mentor. Die zijn dan de eerste contactpersoon. De eerste contactpersoon is de enige aan wie wij alle informatie mogen verstrekken. Als er iets is gebeurd (bijvoorbeeld dat iemand naar het ziekenhuis moet), dan wordt er contact gezocht met de eerste contactpersoon. In het MDO (multidisciplinair overleg) bespreken we maandelijks de cliënt en mag de eerste contactpersoon aansluiten.”

De band met cliënten

“Het leukste aan het werken op de afdeling is de combinatie van disciplines”, zegt Carmen. “Je hebt het lichamelijke stuk, maar ook de psychische problemen. Het contact met de cliënten vind ik ook mooi. Zo was er een oud dame’tje met verschillende trauma’s met mannen uit haar jeugd. Ze was heel klein en altijd dol op jurkjes en gekke panty’s, dat maakte haar automatisch schattig. Ze noemde de verpleging altijd ‘zustertje’ en dat was zo typisch. Als er mannen langskwamen of als er een man medicatie kwam uitdelen, werd ze altijd een beetje koppig en maakte ze een handgebaar of begon ze te schelden. Ze had wel voorkeuren voor ‘zusters’. Wij hadden ook veel lol samen. Uiteindelijk ging het slechter met haar en is ze overleden. Als ik nu over de afdeling loop, dan mis ik haar wel.”