Mensen met ernstige psychische problemen krijgen steeds vaker professionele hulp thuis - bijvoorbeeld een familiecoach. Samenwerking tussen hulpverleners en familie is daarom van belang.

Op verzoek van een behandelaar van Parnassia neem ik contact op met mevr. B. Zij is de 76 jarige moeder van een tweeling (zoons) en een dochter. De laatste woont in Italië, de twee zoons hebben beiden al zo'n 30 jaar schizofrenie. Een ervan woont bij moeder in en wordt begeleid door de behandelaar. De andere zoon wil niets met Parnassia te maken hebben. De hele situatie drukt zwaar op mevrouw. Ze zou er graag eens uit willen. Haar kleindochter in Italië trouwt van de zomer. Het zou heerlijk zijn dat te kunnen bijwonen. Moeder wil echter niet dat haar zoon een groot deel van de dag alleen is, dan gaat ze nog liever niet naar haar kleindochter.

De familiecoach biedt aan uit te zoeken of haar zoon in het kader van respijtzorg opgenomen kan worden terwijl zij in Italië is. Een week na hun eerste gesprek kan hij melden dat weliswaar een opname niet mogelijk is, maar er wel twee keer per dag een hulpverlener langs kan komen om de zoon te ondersteunen. Daarnaast kan geregeld worden dat hij via een beeldscherm contact kan maken als hij daaraan behoefte heeft. Mevr. B slaakt letterlijk een zucht van verlichting door de telefoon als zij dit hoort.

Bij de volgende ontmoeting met mevrouw vertelt ze al heel lang last te hebben van piekeren. Ze ligt uren wakker 's nachts.  Ze heeft haar psycholoog, waar ze al 10 jaar in behandeling is, nog nooit iets hierover verteld. Blijkbaar heeft hij er ook niet naar gevraagd. Dat piekeren heeft ze al zo lang, ze kan zich niet herinneren wanneer het is begonnen. De familiecoach overtuigd mevrouw ervan de psycholoog te vertellen over haar piekerprobleem.