Angst bij ouderen
Voor oudere mensen met angstklachten of een angststoornis biedt dit programma hulp. Bij een angststoornis heeft iemand last van angst, gespannenheid of nervositeit. Ook hevige ongerustheid komt voor. Angstklachten kunnen zich uiten door:
- angst voor bepaalde situaties (bijvoorbeeld vallen, alleen thuis zijn of juist naar buiten gaan, reizen met openbaar vervoer, trillen en knoeien met eten, als vergeetachtig beschouwd te worden)
- piekeren en zorgen maken
- paniekaanvallen
- ‘dwanghandelingen’ of ‘dwanggedachten’.
De klachten zijn niet alleen ‘psychisch’ maar vaak ook lichamelijk, zoals hartkloppingen, gevoelens van benauwdheid of duizeligheid en slaapproblemen. In de behandeling houden wij rekening met de leeftijd van de patiënt. Wij hebben kennis van lichamelijke, psychische en sociale veranderingen die gepaard kunnen gaan met het ouder worden.
Onze behandelingen voor Angst bij ouderen volgen de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen, addendum bij ouderen
Angstklachten geven problemen doordat mensen uit angst bepaalde dingen niet meer durven doen. Iemand die bijvoorbeeld bang is om te vallen, gaat steeds minder in zijn eentje naar buiten en gaat een stok of een rollator gebruiken.
De gevolgen van een angststoornis kunnen ernstig zijn. Doordat mensen dingen niet meer durven doen, ontstaan er beperkingen. De bewegingsvrijheid van mensen met een angststoornis neemt vaak af. Sociale contacten en activiteiten lopen terug. De patiënt is minder zelfstandig. Men voelt zich eenzaam en soms ontstaan er ook klachten van depressiviteit en uitzichtloosheid.
De omgeving moet dikwijls worden ingeschakeld. De patiënt durft en kan bepaalde dingen zelf niet meer. De partner en familie raakt overbelast. Voor hen ontstaan ook vaak problemen met het eigen leven. Denk aan sociale contacten, werk en vrije tijdsbesteding. Hierdoor kunnen ook weer spanningen en conflicten ontstaan tussen de patiënt en zijn directe omgeving.
In de eerste plaats moet de diagnose goed gesteld zijn. Hierbij houden we ook rekening met lichamelijke problemen of ziektes en met de daarvoor voorgeschreven medicatie.
Een belangrijk doel is dat de patiënt en zijn of haar naasten begrijpen wat er precies aan de hand is, wat een angststoornis inhoudt en hoe behandeling eruit gaat zien. In overleg met de patiënt (en eventueel zijn naasten) stellen we vast wat we willen bereiken in de behandeling binnen het zorgprogramma Angst bij ouderen.
Vaak zijn er een drietal doelen waar we naar streven:
- het verdwijnen of verminderen van de angstklachten
- het beter en met meer tevredenheid functioneren van de patiënt. Het gaat dan om een toename van activiteiten, sociale contacten en bewegingsvrijheid.
- het stabiel houden van de bereikte verbetering en voorkomen van terugval.
Psycho-educatie
Uitleg over de angststoornis en over de behandeling is belangrijk. Door psycho-educatie krijgen patiënten en familie meer inzicht in wat er aan de hand is.
Cognitieve gedragstherapie (CGT)
Dit is een heel belangrijke en effectieve behandelvorm van angststoornissen.
Mensen met angstklachten kijken vaak op een angstige manier tegen dingen aan. Die angstige verwachtingen geven op hun beurt ook weer angst. Door cognitieve therapie leert de patiënt om zijn angstige opvattingen zodanig te veranderen dat hij er niet meer bang voor is.
In de therapie helpen we de patiënt om weer te gaan doen wat door de angst onmogelijk was geworden. Ook helpen we patiënten om dingen niet meer te hoeven doen die zij uit angst ‘moeten’ doen, zoals bijv. veelvuldig handen moeten wassen of dingen controleren. Dit gebeurt in het tempo dat de patiënt aankan. Samen met een ambulant verpleegkundige gaat de patiënt met straatvrees bijvoorbeeld oefenen met het weer naar buiten gaan.
Valangst
Bij mensen met een angst om te vallen geven we behalve cognitieve gedragstherapie ook vaak fysiotherapie. Hierdoor leert iemand om weer op een ontspannen manier te lopen en neemt zijn zelfvertrouwen weer toe. Als het nodig is, schakelen we ook een ergotherapeut in die met de patiënt onderzoekt of er risico’s zijn bij de patiënt thuis om te vallen, zoals losse kleedjes of snoeren.
Antipiekertraining
In deze training leren mensen hoe zij het piekeren en zich zorgen maken kunnen verminderen.
Alle behandelvormen zijn individueel en/of in groepsvorm.
Onderdelen van onze zorgprogramma's
Afhankelijk van de aard, ernst en complexiteit van de problematiek is bieden we dit zorgprogramma ambulant, in deeltijd of klinisch.
De meeste van onze patiënten komen naar een van onze ambulante centra. Deze zijn op diverse plaatsen in Den Haag, Voorburg en in Zoetermeer. Als het nodig is kan de behandelaar (eventueel tijdelijk) bij de patiënt thuis komen.
Overzicht van onze vestigingen
De behandelduur kan variëren van enkele behandelgesprekken tot een uitgebreider programma. Het hangt samen met de ernst van de angstklachten en de mate waarin deze het leven van de patiënt verstoren.
We streven er naar dat de patiënt binnen een bepaalde tijd zoveel vermindering van klachten heeft dat we de behandeling kunnen afsluiten.
In sommige gevallen blijken de klachten weliswaar te kunnen verminderen, maar zullen ze niet geheel verdwijnen. Samen met de patiënt bepalen we dan in hoeverre langerdurende begeleiding nodig is.
Terug naar het overzicht